Vijftwaalfstemming

Enige jaren geleden kreeg ik de opdracht een verhaal te schrijven met daarin de drie woorden: ‘Sinterklaas’, ‘Stoeptegel’ en ‘Stront’. Dat verhaal vond ik vanmorgen op de laptop en besloot het te herschrijven. Om in de stemming te komen. Per slot komt de Sint komend weekend aan en ik zat er nog niet helemaal in. Tja, en nu heb ik trek in pepernoten. Chocoladeletters. Surprises. Kom maar op. Vanavond lootjes trekken?

Hier voor jullie, om voor te lezen, zelf te lezen, ook in de stemming te komen. Het verhaal heet ‘Geloof in mij, voor altijd’. Met de tip van de dag: voor weinig schrijf ik je sinterklaasgedicht. Omdat ik dat leuk vind, en jij wellicht niet?

Geloof in mij, voor altijd

Eind november en nu al donker, guur en koud. Dat belooft nog wat, de échte winter moet nog beginnen. Er is sneeuw voorspeld voor het weekend. Sneeuw… Arme Sinterklaas.

Sjoerd wandelt de winkelstraat in. Het is een drukte van jewelste, en dat op dinsdagavond. Het grote pand van het warenhuis doemt op, het licht van de etalages straalt in de donkere lucht. Even blijft Sjoerd staan om het tafereel te aanschouwen, mensen krioelen af en aan. Sjoerd bibbert en zet plots een sprintje in, het is hem te koud. Snel even een paar boodschappen halen en dan naar huis, naar de warme kachel. Vlak voor de ingang van het warenhuis houdt hij in en in een massa mensen wil hij richting draaideur. Dan hoort hij een schreeuw. Hij kijkt op en glijdt uit.

Uitgeteld komt Sint aan bij zijn huis. Tenminste, zijn tijdelijk huis. Hier logeert hij altijd zodra de boot aan Nederlandse wal is. Alles staat hier klaar, een lekker warm bed en zijn bad vol pepernoten. Het is fijn hier weer te zijn. Hij zwaait de deur open en groet wat pieten. Zijn plan is om direct zijn bed in te duiken. Nog even bijslapen voor de nacht invalt en hij weer de daken op moet. Sint is verbaasd, als hij zijn bed ziet.
‘Pedro’, roept Sint, ‘waarom ligt Sjoerd in mijn bed?’
‘Ah, Sint, bent u daar al, ik heb hem hier neergelegd. Sjoerd is gevallen, bij het warenhuis hiernaast. Er ligt daar hondenpoep en, hoepsa floepsa, bam.’
‘Aha’, Sint knikt begrijpend.
‘Ik heb hem maar meegenomen Sint. Voilà. Hij zal zo wel wakker worden.’
Sint knikt weer, typisch Pedro, altijd in de weer om mensen te redden. ‘Maar Pedro, als hij nu niet bijkomt, waar moet ik dan slapen?’

Als in de verte hoort Sjoerd stemmen, hij opent zijn ogen en schrikt. Waar is hij? En is dat nu Sinterklaas, die naast hem staat?
Pedro ziet dat Sjoerd ontwaakt, en zegt: ‘Ach, ben je daar eindelijk?’
Sjoerd snapt er niets meer van en hij stamelt: ‘Wat doe ik hier?’
Pedro snuift: ‘Ah, man, waar zal ik beginnen? Ik loop hier naar buiten en ik zie dat je bijna in een verse, dampende hondendrol gaat staan. Ik schreeuw naar je: ‘Stront!’ maar vervolgens laat ik je alleen maar schrikken. Dan glijd je uit en val je met je hoofd op straat.’
Pedro draait zich om en huppelt weg. Sjoerd probeert te gaan zitten, maar een bonkend gevoel in zijn hoofd zorgt ervoor dat hij zich weer in de kussens laat zakken.
Sint kijkt hem verontrust aan, draait zich om en loopt weg. Sjoerd hoort hem zeggen: ‘Blijf jij hier maar liggen, ik ga wel even lekker in bad.’

Het duurt zeker een half uur voor de Sint weer terug de slaapkamer in komt. Hij ziet er fris uit. Ook Sjoerd voelt zich een stuk beter. Hij krabbelt overeind en nestelt zich in de kussens. Hij grijpt al zijn moed bijeen en stamelt: ‘Sinterklaas, ik wil u iets vragen.’
Sint kijkt hem vragend aan.
‘Ik heb altijd al eens willen zien hoe dat nu werkt, met die schoorsteen en zo op die daken. Mag ik vannacht met jullie mee?’
Sint krabt in zijn baard en knikt bedenkelijk.

Als de nacht echt is ingevallen, gaan ze op pad. De straten zijn donker en in geen enkel huis brandt nog licht. Sjoerd voelt zich nerveus. Het gaat gebeuren, nog even en hij weet eindelijk hoe het nou kan, dat er ’s morgens een pakje in je schoen zit. Hij kijkt om zich heen en plotseling zijn ze in zijn eigen straat.
‘Kijk uit, Sint, daar, vlak onder de lantaarnpaal, ligt een stoeptegel los’.
Sint kijkt hem aan en mompelt: ‘Weet ik, beste man’.

Sjoerd voelt dat hij slaperig wordt, midden in de nacht op straat lopen is vermoeiender dan hij heeft kunnen denken. Even sluit hij zijn ogen en wrijft er in. Als hij ze weer opendoet is het al licht…

Teleurgesteld ziet hij dat hij in zijn eigen bed ligt. Heeft hij nu alles gedroomd? Hij gaat rechtop zitten, zijn hoofd voelt raar. Sjoerd voelt een bult, hij is dus echt gevallen. Hij pakt zijn pantoffels en schuifelt de trap af. Als hij naar de keuken loopt ziet hij zijn schoen bij de kachel staan. Er zit een pakje in. Sjoerd pakt het uit en vindt de chocoladeletter ‘S’. Er zit een gedicht bij, snel rolt hij het papier af en leest hardop:

Beste Sjoerd,

Dat van de schoorsteen en de daken,
Kunnen we niet openbaar maken
Dat is hèt geheim van de Sint,
Ik hoop dat je dat niet erg vindt.

Het moet voor altijd zo zijn,
Voor een ieder, groot en klein.
Een ding moet je me beloven,
Blijf voor altijd in de Sint geloven.

Groet,
Sinterklaas

In kleine letters staat er onder:

Morgen is je hoofdpijn vast weer verdwenen,
Maar kop liever nooit meer met straatstenen!

Pedro

Sjoerd glimlacht. Natuurlijk gaan ze hem het geheim niet vertellen. In de keuken zet hij koffie en breekt een stuk van zijn chocoladeletter. Voor altijd blijft hij in de Sint geloven. Daar hoeft niemand aan te twijfelen…

~~~~~~~~~~

Fijne sinterklaastijd! En voor wie het herkent, ja, dit gaat over het Huis van Sinterklaas in Leiden. Naast V&D. Open vanaf 25 november. En dit was tip twee…

~~~~~~~~~~

Een gedachte over “Vijftwaalfstemming

Reacties zijn gesloten.