Laat me met rust…

‘Meneer!’
Onder misschien wel de grootste boom in het Klaverpark staat een meisje met haar hand om haar mond naar boven te roepen.
‘Meneer!’
Ik loop naar haar toe en vraag of ik haar ergens mee kan helpen.
‘Kijk’, zegt ze verwonderd, ‘er zit een man in de boom’.
Verbaasd kijk ik omhoog en warempel, helemaal bovenin, minstens vijf meter hoog, zie ik een man zitten.

Het meisje vervolgt: ‘Meneer, hier beneden, hier ben ik’. De man hoort haar niet, of hij doet net of hij haar niet hoort.
Ik begin ook te roepen, zonder resultaat.
Ik kijk het meisje aan en zeg: ‘Weet je wat, ik tel van vijf tot nul en bij nul roepen we samen’. Ze knikt en samen roepen we op ons hardst: ‘Menéhéér!’

Verschrikt kijkt de man naar beneden, bijna is hij uit balans. ‘Ga weg’, schreeuwt hij, ‘laat me met rust’. Het meisje kijkt me aan, haalt haar schouders op en huppelt weg.
Verbaasd kijk ik haar na. Verbluft door haar gehoorzaamheid én door zijn boosheid. Hij wil dat we hem met rust laten. Kan ik die man hier nu zomaar laten zitten? Moet ik de politie niet bellen, of de brandweer? De brandweer haalt hulpeloze poesjes uit de boom, maar ook volwassen mannen?

Ik neem een besluit, stel dat hij er uit zou vallen. Dan heb ik op mijn geweten omdat ik er niets aan gedaan heb. Nee, ik laat dit niet zomaar gebeuren. Ik zet mijn handen weer om mijn mond en roep: ‘Meneer, kan ik echt niets voor u doen?’
Zonder naar beneden te kijken roept hij: ‘Heeft u me soms niet gehoord? Laat me met rust, láát me’.
Nee, denk ik, ik laat u niet. Ik neem plaats op het bankje onder de boom en praat verder. ‘Zal ik koffie voor u halen? U heeft misschien wel dorst. Of thee, misschien houdt u meer van thee?’
De man doet weer net of hij me niet hoort.
‘Meneer, een broodje misschien? Een appel, hier, ik heb nog een appel in mijn tas’. Ik rommel wat in mijn tas en tover een appel tevoorschijn. Ik houd hem in de lucht, maar de man blijft bewegingloos voor zich uit staren. ‘Ik kan best iemand voor u bellen, uw werk? Moet ik iemand waarschuwen? Uw vrouw? Iemand?’

Zou ik onder normale omstandigheden met deze man praten? Waarschijnlijk niet. Maar deze omstandigheden zijn niet normaal. Ik vertel de man over de kapper. Dat ik daar naartoe onderweg ben. Ik heb een afspraak om vijf voor vijf. Hoewel, vertellen is niet het juiste woord. Kun je vertellen als je schreeuwt?
Een hardloper kijkt me aan of ik idioot ben. Waarschijnlijk denkt hij dat ik tegen een boom praat. Ik grinnik in mezelf. Kan het me wat schelen, wat ander mensen van me denken? Gisteren nog wel. Vandaag ineens niet meer. Ik vervolg mijn verhaal. ‘Ik wil mijn haar kort laten knippen, of lang laten, daar ben ik nog niet over uit. Wat vindt u, meneer?’
Geen krimp van de man.

Ik schreeuw rustig verder. ‘Gisteren een rotdag op werk. Maar wel een lekkere salade gegeten. Mijn kinderen vonden er niets aan. Een salade met vis. Misschien vinden kinderen vis gewoon niet lekker. Ja, misschien op brood. Kibbeling op brood. Wilt u echt geen boterham? Of die appel?’ Ik pak het weer uit mijn tas en neem een hap. ‘Hij smaakt goed hoor, u weet niet wat u mist’ roep ik.
Ik kijk weer omhoog en ineens krijg ik reactie. Hij kijkt me, tussen de bladeren en takken door, aan. Zit hij te glimlachen? Het is moeilijk te zien, hij zit zo hoog.
‘Hé, die appel is voor mij, toch? Die mocht ik hebben! En nu zit u zelf in die appel te bijten. Dat kan niet, ik wil hem.’
Triomfantelijk kijk ik omhoog. ‘Dat is waar’, roep ik, ‘ik stop meteen met eten, u mag de rest. Moet u wel eerst naar beneden komen, ik kom hem niet brengen’.
‘Waarom komt u het niet brengen?’ roept de man, ‘probeer het, klim ook in de boom’.
Even blijf ik bedachtzaam zitten. Ik zit hier al mijn afspraak bij de kapper te verknoeien, moet ik nu ook nog mezelf kleerscheuren op mijn hals halen en een boom in klimmen?
‘Wat heb je te verliezen’, roept de man.
Tja, wat heb ik te verliezen?

Een minuut of vijf later ben ik door zijn aanwijzingen boven. De man kijkt me wat langer aan en zegt: ‘Lang laten’.
Ik geef hem de appel en kijk om me heen. Op welke tak kan ik het best gaan zitten?
De man neemt een hap en glimlacht tevreden. Hij knikt naar een dikke tak rechts van hem.
Ik vind een comfortabele zit en kijk wat om me heen. Eigenlijk wel relaxt, zo boven de wereld zitten. Vanuit mijn tas klinkt gerinkel. Ik diep mijn mobiele telefoon op en zet hem uit, zonder te kijken wie er belt.

We zwVrouw in boomijgen, staren en laten de wereld de wereld zijn, tot we iemand onder aan de boom horen.
Onderaan de boom staat het meisje weer. Ze kijkt omhoog en ik kijk snel voor me.
‘Hallo, jullie daar’ roept ze.
We reageren niet. Ik zit hier prima. Misschien wil ik wel nooit meer uit die boom, nooit meer naar de kapper, naar kinderen die mijn eten vies vinden, naar mijn werk.
Het meisje begint weer wat harder te roepen en tegelijkertijd schreeuwen we ongeduldig: ‘Ga weg, laat ons met rust. Lààt ons’. We zien het meisje weghuppelen en kijken haar na.

‘Laat me met rust’, mompel ik.

4 gedachten over “Laat me met rust…

Reacties zijn gesloten.