Mij zien ze nooit

‘Het was bij Opsporing Verzocht, zag je dat? Ik stond daar gewoon, maar mij zagen ze niet. Mij zien ze nooit. Ik was er eigenlijk niet bang voor dat ze me konden pakken, want ze zochten mij niet. Ik wist zeker dat ze een man zochten. Ik was wel op tv. Stond ik daar achter het afzetlint gewoon te kijken naar de brand. Het was een mooie brand dit keer, veel mooier dan de vorige. Eentje van de afdeling ‘goed gelukt’, zeg maar. Ik werd bijna geïnterviewd door iemand met een microfoon, maar hij zag mij niet. Logisch, ze zochten een man.’

‘Schrik je hier van? Ik brand mijn vingers niet hoor, zo gek ben ik niet. Je moet weten hoe je je lucifer vast moet houden. Als je hem zó houdt, duurt het heel lang voor het vlammetje bij je vingers is. Even kijken, kan ik hier iets in de … Haha, grapje. Ik kan het wel hoor, ik kan dat. Het is namelijk helemaal niet moeilijk, een brandje maken. Hoe ik dat deed met die schuurtjes? Ik had altijd aanmaakblokjes. Met een lucifer stak ik er een aan en legde het dan rustig in een afvalcontainer. Die zette ik tegen de schuur. Er zit altijd wel iets in zo’n bak dat goed fikt. Je wil niet weten wat mensen allemaal weggooien. En als mensen door hadden dat hun container in de fik stond, was de brand al groot. Heel groot.’

‘Kak! Ik zat niet op te letten. Ach, het is maar een klein blaartje. Je leidt me ook af, met hoe je naar me kijkt. Deze gaat lukken, hij blijft branden tot hij bijna bij mijn vinger is, en dan… ’

wpid-wp-1429605664247.jpeg‘Weet je hoe snel zo’n brand op toeschouwers kon rekenen? Ik ging even een blokje om en deed onderweg mijn capuchon af. Dan ging ik bij de mensen staan die bij de brand stonden te kijken. Die waren er altijd. Je moest eens weten hoe snel die er altijd bij waren. Als de kippen… Op zich wel jammer, dat die man met die microfoon mij niet zag staan. Hij had me best wat vragen mogen stellen. Dan was ik ook nog goed in beeld op tv geweest. Nu alleen maar omdat ik zelf wist dat ik daar stond, niet omdat iemand me zou herkennen. Weet je wat ik gezegd zou hebben, als hij gevraagd had wat ik er van vond? Ik zou gezegd hebben dat het erg was, dat mensen zich zorgen maakten over hun eigendommen. Dat sommigen zelfs camera’s ophingen, maar dat dat niet hielp. Dat ze de dader maar snel op moesten pakken, want het was een crimineel. Ja, ik zou gezegd hebben dat hij vast nog ergens in de buurt was. En ze daarmee meteen op het verkeerde been gezet hebben, dat ze wel op zoek bleven gaan naar een man. Echt jammer dat hij het niet aan me vroeg, ik zou in de camera gekeken hebben en heel duidelijk mijn verhaal gedaan hebben. Het was wel tof, mezelf terugzien op tv. Ik hoopte dat ze dat de volgende keer weer deden, de tv erbij halen. Jammer genoeg gebeurde dat niet. Er werden toen wel foto’s gemaakt. Ik lachte goed in de camera, je weet nooit waar ze die foto’s voor gebruikten, of wie er naar ging kijken.’

‘Wat schiet je nou toch in de stress. Geef nou gewoon toe dat het mooi is, die vlammen. Heb je er wel eens goed naar gekeken? Die kleuren, de warmte… Wat sta je nu aan mijn arm te trekken, zo veel is er niet aan de hand hoor.’

‘Die bank zat tóch niet lekker.’

Dit was mijn inzending voor de Sofamonoloog, een schrijfwedstrijd van Ruwe Planken. De opdracht was mezelf te verplaatsen in de gedachtegangen van iemand met een psychische aandoening en deze op creatieve wijze in een monoloog gieten. De aandoening Pyromanie kreeg ik van de organisatie toegezonden.

2 gedachten over “Mij zien ze nooit

Reacties zijn gesloten.