Zijn laatste strohalm

Hij wandelde in rechte lijn
Naar ‘t eerste de beste café

Zijn ziel onder zijn arm
Want vier, die was niet mee

Hij voelde zich bedrukt
Het kon hem niet opbeuren

En nu het dan zover was
Had ‘ie wat zitten zeuren

Tot zij zei: ‘Wieberen jij
De kroeg in,

van mijn part’

Hij zat daar wat en zuchtte:
‘Nu ben ik dus twee-kwart’

Men keek vreemd naar hem
Vroeg vertwijfeld: ‘Is dat niet …’ 

‘Ja, dat is hém, ik weet ’t zeker’
Ze zongen ‘m ’t koningslied

‘Dag dat hij wist dat zou komen’
Was dat nu? Was dat vandaag?

Hij was er nog niet klaar voor
Wilde ’n stuk in z’n kraag

Ging drinken en vergeten
Ogenschijnlijk doodkalm

Greep zich graag nog vast
Aan de allerlaatste strohalm

Hij wist hoe ’t te ontlopen
Weg met getreiter en gepest

Had ’t wel gezien op d’borden
Z’n leeftijd stond overal. Funest!

Rechte lijn naar huis? Welnee!
Hij pakte zijn kroon en klom

Van z’n kruk en ging huiswaarts
Via ‘buiten de bebouwde kom’


MargotFoto helmgras:
Margot Hoogenboom