Verzonnen leeft

Als schrijver heb je een band met je hoofdpersoon. Sterker nog: je kent hem of haar. Je weet wat hij denkt, doet of wilt. Jij hebt diegene niet alleen op de wereld gezet, je hebt de persoon ook zo geprogrammeerd, dat hij precies doet wat jij wilt.

Fictief karakter tot levenTot leven brengen

Het fictieve karakter dat je beschrijft wil je niet tot leven brengen, het ís in leven. Tenminste, zeker zo lang je nog met hard en ziel aan je boek werkt. Dus we kunnen hier wel verzinnen: ik wil Donald Duck tot leven brengen, want met hem komt alles uiteindelijk weer goed. Of: doe Alice in Wonderland maar, dan kan ik haar redden uit dat vreselijke verzonnen land, maar dat hoeft helemaal niet. De fictieve karakters bestaan.

Programmeren

Wil je dat je hoofdpersoon een moord pleegt, dan doet hij dat. Wil je dat hij daar spijt van heeft of juist niet: geen probleem. Wil je dat hij ineens bedenkt dat de moord beter niet op klaarlichte dag gepleegd wordt, dan pleegt hij hem ’s nachts. En wil je dat het mislukt, dan mislukt het gewoon. Dát is het voorrecht van de schrijver. Maar weet je?

Dan nog heeft een hoofdpersoon geheimen en kan hij zelfs de schrijver ineens enorm verrassen…