KP5 | Nieuwe vriend

U kunt niet altijd uw zin krijgen,’ had zijn dochter gezegd. Nou, dat maakte hij zelf nog wel uit. Mopperend vertrok Sjaak naar het Klaverpark, met de verrekijker aan het koord meeslepend in zijn linkerhand. Vogels tellen ging hij.
‘Maar dat was vorige week, pa, toen werd u opgeroepen om die beesten te tellen, nu heeft dat geen zin meer.’
Wie was zij, om te bepalen wat, wanneer zin had? Als hij vandaag de mussen wilde tellen, wat maakte haar dat uit? Hij zette zijn verrekijker aan zijn ogen en stelde het ding scherp. Zag hij ze daar? Ja, op de parkbank, minstens drie. Hij wandelde dichterbij, tot bij plots languit op het pad lag.
‘Gaat het, meneer?’ Een jogger hield zijn pas in en stak zijn hand uit om hem overeind te helpen.
‘Ach jongen, wat zal ik zeggen?’
‘Misschien kunt u beter wandelen zonder die verrekijker,’ zei de man betweterig.
‘Wat weet iedereen toch goed wat ik wel en wat ik niet moet doen,’ snauwde Sjaak.
‘U heeft gelijk, meneer. U moet het zelf weten.’ De jogger wilde de pas weer inzetten, toen de oude man hem aan zijn mouw trok.
‘Sjaak van der Kwast, aangenaam.’
‘Joost,’ zei hij, niet direct toeschietelijk.
‘Geen achternaam?’
‘Puin, en dat zeg ik niet tegen iedereen.’
‘Joost Puin?’ vroeg de oude man met glimoogjes. ‘Meen je dat nou?’
De jogger knikte.
Sjaak schoot in een onbedaarlijke lach.
‘En dat is de reden dat ik het niet tegen iedereen vertel,’ snauwde Joost op zijn beurt. ‘Weet je hoeveel foute grappen je om je hoofd krijgt, als je zo heet? Puinhoop, Joost maakt er een zootje van, Joost woont in een ruïne, ga je al naar je afvalberg?’
‘Rommelkont,’ grinnikte Sjaak.
‘Wel ja, verzin jij er nog één.’ Hij begon de oude man ineens te tutoyeren. Hij liet zich op de parkbank zakken, de drie mussen schoten de lucht in.
‘Jaag jij die vogels even weg, ik was ze aan het tellen.’
‘Mussen tellen? Kwibus, dat was vorige week!’
‘Kwibus?’
‘Van der Kwast heet je toch? Snoeshaan! Vreemde vogel!’
‘Jij Bouwval,’ hinnikte Sjaak.
Brullend vielen de twee mannen elkaar in de armen.

De Nationale Tuinvogeltelling was vorige week van 25 t/m 27 januari.


Klaverpark

Het gebeurde in het Klaverpark, elke week een kort verhaal over hét leidmotief in elk van Alice’ verhalen. Geïnspireerd op een blog over het thema Natuur tijdens Boekenweek 2018. Zonder Klaverpark geen verhaal…

Lees ze allemaal!

2 comments

  1. […] Brullend vielen de twee mannen elkaar in de armen.‘Dat meen je niet,’ schreeuwde Johan. ‘Wat zei Dorothea toen?’‘Dat jij en ik uit dezelfde klei gebakken zijn.’ Bas gaf hem een klap op zijn arm.Ineens was Johan doodstil. Hij liet het even op zich inwerken. ‘Klei?’ zei hij verontwaardigd. ‘Wat bedoelt ze daarmee?’‘Nou gewoon,’ Bas klopte hem gemoedelijk op zijn arm. ‘Dat we dezelfde afkomst hebben. Dat jij en ik dezelfde roots hebben, zeg maar.’‘Dorothea?’ zei hij verbaasd.Bas knikte.‘Ik begrijp het niet. Wat zit ze ineens over klei te teuten?’‘Niet teuten. Dat is een spreekwoord, Johan. Dat begrijp je toch wel?’Als een boer met kiespijn liet Johan een lachje opkomen.‘Het klopt toch, we zijn toch uit dezelfde klei? Je bent mijn broer. Als er iemand uit dezelfde klei gebakken is…’‘Maar hoe weet ze dat? We hebben toch niemand verteld dat wij beiden, dat jij en ik …’‘Klopt,’ onderbrak Bas zijn broer. ‘Maar dat neemt niet weg dat wij trekjes van elkaar hebben. Dat we op elkaar lijken. Waar maak je nu eigenlijk een probleem over?’Johan leunde op zijn schep en keek verward om zich heen.‘Vertrouw je haar soms niet?’‘Natuurlijk wel. Het is alleen dat …’‘Het komt een keer uit, dat weet je toch?’Johan knikte.‘Misschien moeten we gewoon eerlijk zijn.’Ineens proestte Johan het uit. ‘Het is toch eigenlijk verschrikkelijk. Dat we ons op de kop laten zitten door iemand als Dorothea.’‘Zeg, praat voor jezelf.’ Bas’ gezicht stond strak. ‘Jij laat je op je kop zitten.’‘Ik heb straks een date met haar, wist je dat?’ Johan keek hem schuin aan, duidelijk uit op een reactie.‘Ik ook’. Hij stak zijn schep diep in de grond en deed net of hij de starende blik van zijn broer niet zag. Op tijd ontdekte hij de vuist. Door snel te bukken, ging hij rakelings langs zijn hoofd.‘Wat moet dat?’ hoorden ze in de verte. Daar, aan de andere kant van het veld in het Klaverpark, stond ze. Langzaam kwam ze hun kant uit.‘Hoi,’ zei Johan verlegen. ‘Het is niet wat je denkt.’‘Hoi,’ zei Bas met iets meer bravoure. ‘We hadden het net over je.’‘Dat weet ik. Ik hou van jullie allebei, dat weten jullie toch?’‘Wist je het?’Wulps lonkte ze van de een naar de ander.Johan voelde een siddering door zijn buik gaan. Langzaam ging zijn blik naar zijn broer. Daar stond hij, de verrader. Duidelijk hopeloos en nog meer verliefd dan hij. De aansteller! Met een narcis tussen zijn tanden geklemd… […]

    Like

  2. […] ‘Maar ik hou ervan,’ stampvoette het meisje. ‘Je kunt niet altijd je zin krijgen, Aafje,’ zei haar oma belerend. Ze pakte een boek uit haar tas, sloeg hem open op bladzijde zesentwintig en begon voor te lezen. ‘Ik weet niet of mam wel geschikt is om mij vriendschapsadvies te geven, want vriendschap tussen jongens is …’ Aafje onderbrak haar oma ruw. ‘Waarom altijd “Het leven van een loser”, waarom niet míjn boek.’ ‘Dat zei ik net al lieverd, je kunt niet altijd …’ ‘Maar alstublieft, lees nu voor uit deze,’ ze trok het kinderboek uit oma’s handen en stopte daar “De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween” in. ‘Is dit niet voor volwassenen?’ verzuchtte haar oma. ‘Het gaat over een leuke opa,’ verduidelijkte ze. Haar oma ging even verzitten en sloeg toen met lichte tegenzin het boek open. ‘Bij het begin beginnen?’ Aafje wees haar de boekenlegger. Haar oma keek even verward, maar snapte toen wat ze bedoelde. Hortend en stotend begon ze voor te lezen. Dit was duidelijk niet geschreven voor kinderen. Aafje ging eindelijk naast haar zitten en leek van het verhaal te genieten, dus oma las gestaag door. Ze zag niet dat er een dame met een hondje bij het bankje in het Klaverpark stil bleef staan, om mee te luisteren. Ook twee jongens met een bal onder hun arm stonden er ademloos, evenals de man die met een zak broodkruimels duidelijk onderweg was naar de eendenvijver. Er dromden steeds meer mensen om het bankje. Toen het hoofdstuk eindelijk uit was, keek oma op. Verbaasd sloeg ze haar publiek gade. ‘Hemel, was het zo interessant?’ vroeg ze verschrikt. ‘Hm hm,’ humde de mevrouw van het hondje. ‘Goede keus!’ ‘Ook voor hààr?’ vroeg oma op fluistertoon. ‘Welja, nooit te jong voor een goed boek. Er staan leerzame dingen in.’ ‘En die twee dan?’ ze wees de twee voetballertjes aan. ‘Die opa doet toch rare dingen, zo voor kinderen?’ ‘Kunt u niet doorlezen?’ vroeg een van de twee. ‘Ik wil weten hoe het afloopt.’ Ze sloeg het boek weer open en las verder. Binnen korte tijd zat ze weer helemaal in het verhaal en merkte nauwelijks dat het schemerig werd. Toen ze het boek eindelijk dichtsloeg, werd er een massale zucht geslaakt. ‘Oké Aaf, als ik honderd word, ga ik het nét zo doen.’ ‘Oma,’ Aafje keek haar wijs aan: ‘U kunt niet altijd uw zin krijgen.’ […]

    Like

Laat een reactie achter op KP4 | Het publiek Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s