“Binnen het team lopen een aantal collega’s een beetje te tobben met de Nederlandse spelling. Wanneer een d, wanneer een dt, wanneer een komma, etc. Wil jij een keer bij ons langs komen om kort een opfriscursusje te geven?”

Bovenstaande mail trof ik aan in mijn mailbox. Een aanvraag naar mijn hart en ik ben inmiddels bij het bedrijf langs geweest. In kleine setting heb ik alles nog eens aan ze uitgelegd. ‘Ik heb dit op school gehad,’ aldus een van de deelnemers, ‘maar ik was er niet goed in.’ Mijn idee? Als kleine jongen vond hij spelling gewoon niet interessant.

Even opfrissen

Nu is die interesse er wel, immers, in een mailwisseling met een klant maken zij liever geen spelfouten. En grappig: nu blijven de regels beter hangen. ‘Opfriscursus? Ik hoor allemaal nieuwe dingen!’ verzuchtte iemand. Nu betwijfel ik dat, ik ben namelijk van mening dat iedereen de regels voorgeschoteld heeft gekregen, ooit. Maar als je niet inziet waar ze belangrijk voor zijn, dan sla je ze niet zomaar op.

Wedden?

Een paar weken na de opfriscursus krijg ik een bericht via WhatsApp. Er is een weddenschap binnen het bedrijf. Moet dat werkwoord nu met d, of dt. Ik geef niet direct het goede antwoord, maar vraag of ze het ‘trucje’ al toegepast hebben. ‘Ja, ik zeg -dt,’ is het antwoord. Ze heeft gelijk én ze heeft gewonnen. Een fles wijn. Ze wil hem met me delen. Deze week ga ik weer bij ze langs. Om te proosten.

Heerlijk toch? Nu houd ik sowieso wel van een glaasje wijn, maar dit voelt als een overwinningsborrel.


Merk jij ook dat je het niet meer zo goed weet? Of kunnen meer mensen binnen het bedrijf waar je werkt wel zo’n opfriscursus gebruiken? Laat het me weten, dan plannen we een datum in! Benieuwd naar de mogelijkheden?