KP7 | Nieuwe lente

Met een narcis tussen zijn tanden geklemd, stond Marc in de deuropening van Ineke’s keuken. In zijn handen had hij een enorme bos. Twee helderblauwe ogen keken haar aan.
‘Voor mijn schone liefde,’ wist ze te ontcijferen uit het gemompel dat Marc door de bloem uitbracht.
Ze schaterlachte bij de aanblik, het was aandoenlijk. ‘Waarom zo veel?’ vroeg ze hem, ‘en hoe kom je er aan?’ Doorgaan met het lezen van “KP7 | Nieuwe lente”

KP6 | Uit de klei

Brullend vielen de twee mannen elkaar in de armen.
‘Dat meen je niet,’ schreeuwde Johan. ‘Wat zei Dorothea toen?’
‘Dat jij en ik uit dezelfde klei gebakken zijn.’ Bas gaf hem een klap op zijn arm.
Ineens was Johan doodstil. Hij liet het even op zich inwerken. ‘Klei?’ zei hij verontwaardigd. ‘Wat bedoelt Doorgaan met het lezen van “KP6 | Uit de klei”

KP3 | Denk daar maar eens over na!

Met het hart op de juiste plek, hoe kreeg hij dat voor elkaar? Frans zuchtte. Alsof hij zelf iets aan de plek kon veranderen. Ineens moest hij denken aan een liedje dat hij ooit in het theater hoorde. Oud, maar de tekst was van alle tijden.
“Iets dat waggelt, kwaakt en vaak toeristisch bermt”, die zin kon hij zich nog goed herinneren.  Doorgaan met het lezen van “KP3 | Denk daar maar eens over na!”